Gij, die ik ben, neem óp mij in uw luister.
Verbreek de ban van menszijn in mijn borst.
Bevrijd mij van de levenslange kluister
En les met vreugdestroom mijn grenzeloze dorst.
Gij, die ik ben, doorvloei mij met uw adem
En laat mij één zijn met u, Heil’ge Geest.
In u zal ik weer thuis zijn met de mijnen,
Als gij mijn donk’re mensendroom geneest.
Daal in mij neer en laat mij delen
In liefde, vreugde, levenskracht,
Die mij behoort, door alle eeuwigheden.
De Taak, die ik aanvaardde, is volbracht.
Laat dan ’t Licht, dat ‘k moeizaam weervond
Na grondeloze angst en pijn,
Als God’lijk vuur van vreugd en liefde
Verlossing voor de mensheid zijn.
Gij, die ik ben, daal in mij neder,
Gij, Vreugdeleven, Heil’ge Geest,
Opdat de mensheid, die ‘k zo liefheb,
Aan ’t uit mij stromend heil geneest.
uit: Sprookjes, gedichten en zinspreuken.